blog.santanderconsumerbank
Mannen maken berekeningen boven documenten
08/06/21
4 MINUTEN
Betaalt u belastingen op uw spaargeld?

Op inkomsten uit roerende goederen, zoals de intrest op een spaarrekening, betaalt u belastingen. We noemen dat de roerende voorheffing. Op een deel van de interesten van een spaarrekening hoeft u echter geen belastingen te betalen. Die vrijstelling wordt bepaald door de overheid. Op dit moment hoeft u geen roerende voorheffing te betalen op interesten tot 980 euro per persoon per jaar. Hoe u uw belastingaangifte moet invullen wanneer u dat maximumbedrag overschrijdt, ontdekt u hier.

De roerende voorheffing is een belasting op de intrest van spaargelden, maar bijvoorbeeld ook op dividenden bij aandelen. Het is met andere woorden een belasting op inkomsten die u ontvangt uit roerende goederen. Uw bank trekt de roerende voorheffing zelf af van de intrest die op uw spaarrekening gestort wordt. Spaarrekeningen die door de overheid gereglementeerd worden, zijn vrijgesteld van belastingen tot het plafondbedrag van 980 euro. Dat geldt dus ook voor de gereglementeerde spaarrekeningen die Santander Consumer bank aanbiedt. Sparen is dus fiscaal voordelig.

980 euro

In 2021 bedraagt de jaarlijkse vrijstelling 980 euro per persoon, een plafondbedrag dat elk jaar kan gewijzigd worden door de overheid. In 2018 lag dat bedrag bijvoorbeeld nog op 960 euro. Als u bijvoorbeeld 100.000 euro op een gereglementeerde spaarrekening hebt staan, dan zal u aan de huidige rentevoet het plafondbedrag van 980 euro euro niet overschrijden. In dat geval is uw spaarrente dus belastingvrij. Staat de rekening op naam van twee gehuwden of wettelijk samenwonenden, dan is er een vrijstelling tot 1.960 euro per jaar: de vrijstelling van 980 euro per persoon wordt in dat geval verdubbeld.

15%

Uw spaargeld verspreiden over verschillende rekeningen of banken is geen oplossing om aan de roerende voorheffing te ontsnappen. De vrijstelling geldt per persoon en niet per rekening of per bank. Bij uw belastingaangifte moet u de inkomsten van al uw spaarrekeningen samen optellen. Ook de inkomsten op de spaarrekeningen van uw minderjarige kinderen telt u bij de inkomsten van uw eigen spaarrekeningen. Bedraagt de gezamenlijke intrest meer dan 980 euro per persoon of 1.960 euro bij koppels, dan betaalt u een belasting van 15% op het deel boven het vrijgestelde bedrag van 980 euro. 

Hoe spaarrekeningen ingeven op belastingaangifte?

Hebt u één of meer spaarrekeningen bij dezelfde bank, dan moet u de interest niet zelf aangeven. De bank houdt automatisch de roerende voorheffing in en stort die door naar de fiscus. Spaart u via verschillende rekeningen bij verschillende banken, dan moet u zelf uitrekenen of u roerende voorheffing moet betalen. U telt dan alle intresten bij elkaar op en trekt er het plafondbedrag van 980 euro per rekeninghouder vanaf. 

Voorbeeld 1: uw totale spaarrente bedraagt 1.500 euro. Dan doet u: 1.500 - 980 euro = 520 euro. Die 520 euro vult u zelf in op uw belastingaangifte, bij de codes 1151 of 2151. U zal daarop 15%, ofwel 78 euro, aan roerende voorheffing betalen. 

Voorbeeld 2: u en uw wettelijk samenwonende partner hebben een gezamenlijke spaarrente van 2.150 euro (u geniet 800 euro rente, uw partner 1.350 euro). Dan doet u 2.150 – 1.960 euro = 190 euro. Die 190 euro vult u zelf in op uw belastingaangifte, bij de codes 1151 of 2151. U zal daarop 15%, ofwel 28,5 euro, aan roerende voorheffing betalen. 

Sparen of beleggen? En waarom niet allebei?